Viskans › Weer en vissen › Wind en vissen

Wind en vissen: windkracht en windrichting

Wind is voor de meeste vissers een vriend, zolang het niet te hard waait. Hij brengt beweging in het water, en een windrichting zegt veel over het weer dat eraan komt.

Windkracht: een rimpel op het water

Bij windkracht 2 tot 4 Beaufort (ongeveer 6 tot 28 km/u) krijgt het water een rimpel. Daardoor dringt er minder fel licht door, komt er zuurstof in het water en voelt vis zich minder gezien. Veel roofvissers zoeken dan bewust de windkant op, waar het water tegenaan blaast: daar drijft voedsel heen en volgt de witvis, en daarachter de roofvis.

Bij windstil weer en een spiegelglad wateroppervlak is vis vaak schuwer. Vanaf windkracht 6 wordt vissen lastig: je lijn waait weg, je beetverklikker staat niet stil en op groot water wordt het onveilig.

Beaufortkm/uVoor het vissen
0–10–5Weinig beweging, vis is vaak schuw
2–46–28Meestal ideaal: rimpel op het water
529–38Stevig, kan goed zijn voor roofvis op de windkant
6 en meer39+Lastig en op groot water onveilig

Windrichting

Een oud vissersgezegde luidt dat wind uit het zuiden en westen goed is en wind uit het noorden en oosten slecht. Daar zit wat in. In Nederland brengt een zuidwestenwind meestal zacht en vochtig weer, vaak met een dalende luchtdruk. Een noord- of oostenwind hoort vaak bij kouder en helderder weer met hoge druk, en dan is vis trager.

Zo telt wind mee in de visscore

Viskans telt windkracht en windrichting apart mee. Bij windkracht kijkt de score naar de gemiddelde wind overdag. Voor snoek en snoekbaars is iets meer wind beter, voor witvis juist wat minder. Bij windrichting geldt zuid tot west als gunstig, zuidoost en noordwest als wisselend en noord tot oost als ongunstig. Voor karper telt de windrichting zwaarder mee dan voor andere vissen, omdat karper vaak de warme kant van het water opzoekt.

Bekijk de visscore voor jouw water, zeven dagen vooruit.

Naar de visscore →

Lees ook